HyperText Markup Language (HTML) is de standaard opmaakt taal die de structuur en betekenis van content op het web vastlegt. Browsers lezen HTML en bouwen daaruit het Document Object Model (DOM), waarop opmaak (CSS) en gedrag (JavaScript) worden toegepast. Met semantische elementen geef je aan wat content is (bijv. kop, navigatie, artikel), niet hoe het eruitziet.
Kernbegrippen
- Elementen en tags: Bouwstenen van een pagina, zoals html, head, body, header, nav, main, article, section, footer, a, img, form en table.
- Attributen: Extra informatie voor elementen, zoals id, class, alt, href, src, aria-label en data-*.
- Semantiek: Elementen beschrijven de betekenis van content, wat helpt bij SEO, toegankelijkheid en onderhoudbaarheid.
- DOM: Een boomstructuur die de browser opbouwt uit HTML, waarmee scripts en stijlen kunnen interageren.
- Metadata: In head, zoals title, meta description, charset en viewport; belangrijk voor SEO, weergave en social previews.
Opbouw van een HTML-document
- Doctype: Geeft de HTML-standaard aan (bijv. ).
- html met lang-attribuut: Helpt zoekmachines en ondersteunende technologie (bijv. lang="nl").
- head: Bevat title, meta-tags, links naar CSS, favicons en scripts die vroeg geladen worden.
- body: De zichtbare content: structuur, navigatie, componenten, formulieren, media en inhoud.
Semantiek en toegankelijkheid
Semantische HTML verbetert de navigatie voor screenreaders, maakt toetsenbordaanspreekbaarheid duidelijker en helpt zoekmachines de inhoud te begrijpen. Gebruik betekenisvolle koppen (h1–h6), navigatielandmarks (nav, main, aside), beschrijvende linkteksten en alt-teksten voor afbeeldingen. Gebruik ARIA-rollen alleen wanneer native semantiek tekortschiet.
Standaarden en versies
HTML wordt als ‘living standard’ beheerd door de WHATWG. De term ‘HTML5’ wordt nog vaak gebruikt als verzamelnaam voor moderne HTML-functies, maar versienummers worden in de praktijk niet langer in de markup gespecificeerd. Moderne browsers implementeren doorlopend de actuele standaard.
